Tips bij het schrijven

Kinderen of jongeren kunnen zelf hun verhaal opschrijven. Daar kunnen ze soms hulp bij nodig hebben. Vraag aan de jongere of ze hier hulp bij nodig hebben en welke. Laat de jongere rust en tijd nemen om het verhaal op te schrijven. Het gaat erom dat de jongere een verhaal maakt dat bij hem past. De lengte en de inhoud mag hij helemaal zelf bepalen, het is zijn eigen verhaal. Het verhaal kan ondersteund worden door gedichten, tekeningen, foto's. Kijk onder de tips voor volwassenen voor hulpmiddelen bij het schrijven. De hulpverlener kan het kind of de jongere ook vragen stellen en de hulpverlener kan zelf een verhaal maken van deze antwoorden. Hierbij is het opnemen van het gesprek aan te raden.

Vragen die gesteld zijn aan de jongeren die meewerkten aan het boek ‘Het blijven toch je ouders, ervaringsverhalen van kinderen van verslaafde ouders’ waren opgedeeld in diverse thema's die overeenkwamen met de thema's van de doe- en praatgroep. Te weten: genotmiddelen (eigen gebruik, gebruik van ouders, erfelijkheid), omgaan met emoties (bang, blij, boos, bedroefd) onder andere in relatie tot gedrag ouders, loyaliteit (en gezinsverhoudingen algemeen), sociaal netwerk, schuld- en schaamtegevoelens en toekomstwensen en toekomstbeeld. Dit kan dan richtinggevend zijn aan het verhaal maar je kan ook als hulpverlener slechts een beginvraag stellen (Wat is jouw levensverhaal?) en van daaruit de jongeren volgen en ondersteunen in zijn verhaal.

Tekeningen

Bij kinderen/jongeren kun je naast ze hun verhaal te laten vertellen en eventueel op te schrijven ook met tekeningen werken. Het kind kan middels het maken van een tekening ordening krijgen in zijn leefsituatie en bijbehorende emoties. Zo kunnen kinderen die vaak verhuisd zijn, in een samengesteld gezin wonen of die uit huis zijn geplaatst hun leefsituatie natekenen in chronologische volgorde (verleden - heden - toekomst). Hierbij kunnen ze een tekening maken van elk huis waar ze in hebben gewoond of de kamers waar ze in hebben geslapen. Of laat het kind een tekening maken van elk gezin waar hij deel van uit (heeft) gemaakt. De tekening kan ook een stripverhaal worden. Tijdens of na het maken van de tekening kan het kind alles toelichten.

Gedicht

Laat het kind of de jongere een gedicht maken. Het rijmschema abab is het wellicht het meest voorkomend maar een ‘elf’ maken is ook erg geschikt omdat het een vaste vorm geeft en slechts uit elf woorden bestaat die niet hoeven te rijmen.

Een ‘elf’ bestaat uit elf woorden waarin de opbouw vrij gelaten kan worden. Meestal geeft het 1e woord het thema weer waar het gedicht over gaat. Woorden 2 en 3 voegen er iets aan toe. Woorden 4,5, 6 geven een kleur of gevoel aan. Woorden 7,8,9 en 10 vormen samen een vraag. Het 11e woord geeft de ‘ontknoping’, het antwoord of de afsluiting weer. 

Als voorbeeld een ‘elf’

Mama  

De drank

Verstopt door haar!

Wanneer stopt ze ermee?

Machteloos

Mailen van lotgenoten

Een kind of jongere kan via de vragenrubriek van een jongerentijdschrift, via een forum op internet of via de VPRO gids rubriek ‘Achterwerk’ in contact proberen te komen met lotgenoten. Op deze manier kunnen ze met elkaar mailen over wat ze meemaken en herkenning zoeken bij elkaar. Sommige kinderen en jongeren ervaren het als heel spannend om lotgenoten te ontmoeten dus houd daar rekening mee en begeleid eventueel hun mailwisseling als ze dat willen. Contactgegevens VPRO: achterwerk@vpro.nl of Elja Looijenstijn, VPRO Postbus 11, 1200 JC Hilversum.

Doe- en praatgroepen

Er zijn in heel Nederland verschillende doe- en praatgroepen en/of vakantieweken georganiseerd via hulpverlenende instanties. Denk daarbij aan de doelgroepen: kinderen van verslaafde ouders, kinderen van gescheiden ouders, kinderen van ouders met psychiatrische problematiek en kinderen die een broertje of zusje hebben dat lichamelijk gehandicapt is of een psychiatrische aandoening heeft zoals autisme (zogenaamde brusjesgroepen). Informeer er naar bij instellingen als RIAGG (afdeling preventie), Instellingen voor verslavingszorg (afdeling preventie), Algemeen Maatschappelijk Werk.