Tips bij het schrijven

Neem de rust en de tijd om je verhaal op te schrijven. Het gaat erom dat je een verhaal maakt die bij jou past. De lengte en de inhoud mag je helemaal zelf bepalen, het is jouw verhaal! Het verhaal kan ondersteund worden door gedichten, tekeningen, foto's. 

In het boek van Bohlmeijer en Westerhof (2010, zie thema autobiografisch schrijven) kan je lezen of het voor jou het juiste moment is om je verhaal op te schrijven. Wanneer je liever niet terug kijkt naar het verleden, als je de neiging hebt om te veel te piekeren, als je je vaak erg somber voelt of als je last hebt van trauma's is het verstandig om te overleggen met je huisarts of een hulpverlener en eventueel ondersteuning te vragen. Het boek van Bohlmeijer en Westerhof is een goed boek om je verhaal op papier te krijgen. Hieronder staan tips die je ook op weg kunnen helpen. 

Er zijn grofweg vier verschillende wijzen waarop je je verhaal kan opschrijven: 

  1. Je schrijft alles op wat erin je opkomt. Je laat je beleving voorop staan in plaats van de feitelijke volgorde in verleden en heden.
  2. Je schrijft alles op wat erin je opkomt en ordent het in chronologische volgorde van verleden naar heden.
  3. Je begint je verhaal met hoe je nu de dingen ervaart en koppelt dat aan gebeurtenissen of thema's uit het verleden zodat duidelijk wordt hoe je gevormd bent door deze ervaringen.
  4. Je begint je verhaal met de ingrijpende gebeurtenis die je daarmee centraal zet in het verhaal. Je beschrijft die beginperiode en hoe je een weg hebt gevonden ermee om te gaan. Je grijpt terug op gebeurtenissen uit het verleden en komt uit in het hier en nu en hoe je nu met de ingrijpende gebeurtenis omgaat.

Tip 1: fotografeer alle voordeuren of huizen waar je ooit in hebt gewoond en maak een kort ervaringsverhaal bij elk huis waar je hebt gewoond.

Tip 2: verzamel vijf liedjes die 'de soundtrack van je leven' vormen. Eventueel schrijf je je verhaal ter ondersteuning en verwerk je de liedjes die van betekenis zijn geweest of die dat moment in je leven het meest typeren.

Tip 3: schrijf het verhaal op in de vorm van 'een brief aan mijn jongere ik'. Je stelt je voor dat je bijvoorbeeld 20 bent en jezelf een brief schrijft. Idee komt van de Ikon.

Enkele hulpmiddelen:

1. Foto’s, brieven, gedichten, agenda’s

Je kunt hulpmiddelen gebruiken bij het schrijven (foto’s, brieven, gedichten en agenda’s die je bewaard hebt). Verzamel eerst alles wat je hebt en bewaar dat op een plek (bijvoorbeeld in een aparte doos). Het verzamelen kan al veel herinneringen ophalen. Orden vervolgens alle hulpmiddelen van verleden naar heden. Kijk naar wat er bruikbaar is en wat minder bruikbaar. Begin met het opschrijven van je verhaal als je weet wat je wel en niet wilt gebruiken in je verhaal. Mogelijk dat het verhaal zich al langzaam vormt in je gedachten zoals je het wilt opschrijven. Kies daarbij een opbouw die bij jou past (zie hierboven).

2. Gesprekken voeren

Soms is het zinvol om aanvullend gesprekken te voeren met familie, vrienden, buren, bekenden of professionals omdat bepaalde gebeurtenissen niet helder zijn voor jou. Bedenk van te voren wat je wilt vragen en neem dat vragenlijstje mee. Meestal staan mensen heel welwillend tegenover dit soort gesprekken omdat ze graag anderen willen helpen met hun herinneringen. Het kan fijn zijn om iemand mee te nemen zodat je na kan praten met diegene over wat er gezegd is en hoe het mogelijk bedoeld is.

3. Herinneringen ophalen

Misschien is het nodig om naar bepaalde plekken af te reizen om de plek te ervaren waar je herinneringen aan hebt. Vaak komen herinneringen dan spontaan op. Omdat dit ook als vervelend of indrukwekkend ervaren kan worden is het soms beter om iemand mee te nemen die je goed kent.

4. Emoties

Het werken met emoties kan ook herinneringen naar boven halen. Denk daarbij aan de vier basisemoties: blij, bang, boos, bedroefd. Bij het beschrijven van je ervaringen kunt je jezelf afvragen welke emoties een rol speelden en hoe je om bent gegaan met deze emoties.

5. Thema's

Je verhaal schrijven aan de hand van thema's kan structuur aan het verhaal geven. Denk ten eerste aan levensloopgebeurtenissen zoals: je ouders en hun jeugd, je eigen kindertijd, je (basis- en middelbare) schooltijd, eerste baan, eerste liefde, vriendschappen, relaties, het gezinsleven, werkzame leven, pensioenfase, kleinkinderen etc. 

Je kan ook denken aan de volgende thema's: verloop van de gebeurtenis/ aandoening/ ziekte, keerpunt(en) in de beleving van de gebeurtenis, de hulpverlening, je sociale netwerk, loyaliteit, rouw, eenzaamheid, emoties, schuld- en schaamtegevoelens, toekomstbeeld. Eventueel geordend naar belemmerende factoren en bevorderende factoren die het verloop of herstel bepaalden.
Bevorderende factoren in de persoon zelf: moed, hoop, kracht, vertrouwen, humor, veerkracht, creativiteit, positief zelfbeeld, zelfstandigheid, vermogen om te accepteren (bv. van lijden en verlieservaringen), emotionele stabiliteit, inlevingsvermogen in anderen.

Ten derde kan je je verhaal ophangen aan de fasen van Gagne (2004 in: Korevaar & Droes, 2008):

  • overweldigd worden door de aandoening
  • worstelen met de aandoening
  • leven met de aandoening
  • leven voorbij de aandoening

Je verhaal kan gaan over een of alle vier de fases afhankelijk van in welke fase je nu bevindt en wat je kwijt wil over de verschillende fases.

6. Vragen ter ondersteuning

Het beantwoorden van onderstaande vragen kan je helpen om je eigen krachten en mogelijkheden te ontdekken:

  • Waar bent je het meest trots op?
  • Wat is in het verleden je beste drie karaktertrekken gebleken?
  • Waarvan had je niet gedacht dat je de situatie aankon maar is het je toch gelukt?
  • Hoe komt het dat het je toch gelukt is? En waar nog meer door?
  • Welke bronnen heb je in je omgeving die ervoor zorgen dat je een volgende keer de situatie ook weer aan kan? Bronnen kunnen zijn: je karakter, familie, vrienden, buren, professionals, leefsituatie.
  • Wat zouden je vrienden zeggen over hoe je in het leven staat?
  • Wat zouden je vrienden zeggen over hoe je om bent gegaan met..... (de ingrijpende gebeurtenis, je herstel/ ziekte/ aandoening)?

7. Een bevrijdend verhaal

Verduin (filosoof en als docent werkzaam bij hogeschool Leiden) heeft onderzocht wanneer een verhaal iemands levenskunst en -geluk versterkt dan wel smoort (Verduin in: Boksebeld, 2010). Een bevrijdend verhaal is:

  • open, heeft een bewegelijk centrum. Het kan alle kanten op.
  • heeft een breed aandachtsgebied. Het gaat over de vele facetten van het leven.
  • heeft aandacht voor alle soorten emoties.
  • beïnvloedt niet de pijn zelf, maar onderzoekt welke houding van waarde is.
  • kent onverwachte wendingen, houdt op en verdwijnt
  • kan pijn accepteren en ziet verzoening als een gezondmakende optie.

Een verstikkend verhaal heeft al deze eigenschappen niet. Het houdt de pijn in het centrum van de aandacht. Een verstikkend verhaal is gericht op strijd als enige optie en op het doen verdwijnen van problemen.


8. Over herinneren....

Je moet uitkijken dat jouw verhaal zoals je dat opschrijft niet de enige echte waarheid wordt. Jouw verhaal is een geconstructureerde herinnering en die moet het niet overnemen van de herinneringen die je zomaar kunnen overvallen. Op dat moment is het jouw ervaringsverhaal en op dat moment van opschrijven is het hetgeen wat voor jou kloppend is maar laat je gedachten de vrije loop en dan herinner je telkens weer andere dingen over je verleden. Deze spontane herinneringen zijn intens en interessant. Deze spontane herinneringen zijn anders dat het gladgestreken en eenduidige verhaal dat je hebt gevormd en gekneed in de vele keren dat je erover praatte. Het is belangrijk dat je de bereidheid hebt om je altijd weer te laten raken door dingen die je destijds buiten het verhaal hebt gehouden (gebaseerd op Van Brederode, 2009, Trouw woensdag 30 december).