Het verhaal van Alice (50 jaar)

Over Alice

Levensmotto: ik leer iedere dag

Beroep: docent beeldende kunst en vormgeving

Hobby’s: lezen, musea, muziek, mode, yoga

Zo omschrijf ik mezelf: nieuwsgierig, doorzetter, optimist

Dit is Alice

Alice is getrouwd en moeder van vier kinderen. Een van haar kinderen is autistisch. Alice heeft een stichting opgezet dat opkomt voor de belangen van kinderen met een stoornis in het autistisch spectrum.

Het verhaal van Alice

Het is prettig als ik vrijuit kan vertellen. Dat wil ik ook graag. Ik heb jullie boek “Het blijven toch je ouders” gelezen. De verhalen van kinderen van alcohol verslaafde ouders grepen me erg aan. Sommige aspecten uit die verhalen herken ik absoluut niet. Ik heb bijvoorbeeld nooit flessen wijn moeten verstoppen. Misschien komt dat omdat mijn vader vaak in het buitenland zat. Hij was twee maanden weg en dan één of twee weken thuis. Als hij weg was kon ik echt ademhalen. Mijn vader was agressief. Dus dat zorgzame van de vader van Lola Brood, dat herken ik niet. Ik zag wel dat hij lieve kanten had, dat wel. Maar het onvoorspelbare voerde de boventoon. Tja, en waar kwam dat vandaan? Ik weet het niet. Als hij veel gedronken had, kon je dat zien. Hij leek alerter. Hij functioneerde buitenshuis ogenschijnlijk goed, ook als hij gedronken had. Hij was eigenlijk een verlegen man. Dat herken ik wel in mijzelf. Als ik op school een beurt kreeg, brak het zweet me uit. De Jellinekkliniek sprak in die tijd over hem als “een geboren drinker”.

Mijn ouders hebben elkaar ontmoet in Haïti. Daar ben ik ook geboren. Al snel ging het niet goed tussen hen. Mijn vader was vaak dronken en agressief. Ze zijn gescheiden maar drie jaar later stond mijn vader in Nederland weer op de stoep. Mijn ouders zijn toen hertrouwd. Toen ik 8 jaar was, is m’n zusje geboren. 

Hoeveelheden? Geen idee!

Mijn vader dronk altijd. Hoeveelheden? Geen idee! Bier en veel jenever, dat in ieder geval. Mijn zusje stuurde laatst een foto die ze samen met mijn moeder had opgeduikeld. Het was een foto van mijn vader. Zij dachten “leuk, een foto van vroeger”. Ik werd helemaal misselijk. Ik zag direct aan zijn hoofd dat hij dronken was. Ik kreeg nare herinneringen. Ik dacht terug aan toen ik 9, 10 was. Ik dacht aan de slijter op de hoek, ome Joop. Ik zag mezelf thuiskomen bij onze flat in Amstelveen. We woonden driehoog maar ik kon beneden al ruiken of hij thuis was. Ik was altijd bedacht op gevaar. Die lucht! Ik liep dan stilletjes de trap op naar boven. M’n vader had ook astma. Ik luisterde aan de voordeur. Ik hoorde zijn astmatische ademhaling. Als ik dat hoorde, ging ik snel weer weg. De straat op. Zwerven in m’n eentje. Of naar vriendinnetjes.

Inspiratie voor anderen?

Mijn vader had absoluut een kwade dronk binnenshuis. Er was vaak ruzie en lawaai. Het is wel gebeurd dat m’n moeder op bed lag en mijn vader ernaast stond met een geweer gericht op haar hoofd en hij aan mij vroeg  “Zal ik schieten, ja of nee?”. Dan belden de bovenburen de politie als het te erg was. Of ik rende zelf naar hen toe . Mijn vader werd dan afgevoerd. Ik dacht wel vaak “die maken elkaar dood”. Ik vind het moeilijk om erover te praten. Ik wil graag een inspirerend verhaal vertellen maar ik zie nu ik ouder ben ook de donkere kant. Als je inspiratie wil bieden aan jonge mensen dan weet ik niet of mijn verhaal zo goed is. Ik denk dat het nooit klaar is. Je blijft er altijd mee bezig en mee verbonden.

Vangnet

Ik kwam veel bij mijn opa en oma. Zij spraken nergens over maar wisten wel wat er aan de hand was. Mijn opa zei “kom maar in de bomvrije schuilkelder”. Hij bood me een veilige haven. Hier zie ik wel een overeenkomst met verhalen uit “Het blijven toch je ouders”. Het is fijn als je een opa en oma hebt waar je veel aan hebt. Je moet een soort vangnet hebben. Je moet weet hebben van een andere realiteit, dat je denkt: “zo kan het ook”.  Vooral met mijn opa had ik een sterke band. Ik denk dat mensen in de buurt wel wisten van mijn thuissituatie. Ik was veel bij vriendinnen. Op een keer zei een vriendin “m’n vader komt zo thuis”. Ik denk, ik moet hier weg joh! Haar vader komt zo thuis! Maar haar vader kwam en er was niets aan de hand. Ik was verbijsterd… “hé zo kan het ook!” Dat moment staat me nog zo goed bij. Echt een eyeopener: niet alle vaders zijn zoals mijn vader. Dit voorbeeld is zo schrijnend. Ik vind het nu wel heel pijnlijk dat het nooit fijn was vroeger. Het was niet veilig, er was altijd spanning. Er was nooit een moment dat dat niet zo was. Het wrange is dat je je op een gegeven moment realiseert dat keuzes die je hebt gemaakt samen hangen met dat wat je vroeger hebt meegemaakt. 

De dood van mijn vader

Mijn verantwoordelijkheidsgevoel is enorm. Toen ik een jaar of 11 was lag mijn vader in het ziekenhuis. Toen heb ik tegen m’n moeder gezegd: “Hij eruit of ik eruit. Als hij terug komt, ga ik bij opa en oma wonen.” Dat heeft wel wat in werking gezet. Ze zijn gescheiden en wij gingen in een andere gemeente wonen. Toen is hij echt afgezakt. Hij kwam wel eens bij ons maar als hij gedronken had, stuurde m’n moeder hem weer weg. Soms viel hij ineens voor onze deur neer. Soms ging ik met m’n zusje naar hem toe. Maar ik was altijd bang “straks ligt hij dood achter de deur.” De laatste keer dat ik bij hem op bezoek was had hij mijn zusje op schoot maar ik zat ver weg van hem. Er was een enorme afstand tussen ons. Op dat moment was hij redelijk nuchter. Hij vroeg of wij de volgende week weer kwamen. Hij zou pannenkoeken bakken. Een paar dagen later vonden ze hem dood in de Amstel. Verdronken. Hij was 50 en ik was 18. Mijn moeder was nergens, ik heb zijn huis alleen leeg moeten ruimen.

Ik ben niet de Alice van 16

Zijn dood was voor mij een grote opluchting. Voor mijn zusje lag dat wel anders. Zij heeft er veel verdriet van gehad. Ik ben niet verdrietig geweest. Laatst kwam ik in contact met een neef van mijn vader. Die heeft hele positieve ervaringen met hem. Hij heeft de leuke kanten van m’n vader gekend. M’n vader had humor,  was intelligent en zorgzaam.

In mijn puberteit was ik heel aangepast, rustig. Ik was geïnteresseerd in muziek, zat in een band. Ik ging naar de disco. Maar ik dronk niet. Ik was als de dood voor drugs. Ik zag mezelf naar de kunstacademie gaan, ik wilde graag reizen. Mijn strategie was onopvallend zijn, goed je best doen. In grote lijnen ben ik dezelfde persoon gebleven. Maar ik ben niet de Alice van 16. Ik kan beter voor mezelf opkomen. Daar moet ik wel bewust bij stilstaan, ik moet leren “nee” te zeggen. Mijn karakter is dat ik graag mensen wil helpen. Ik ben een conflict vermijder.  Ik schrik van mensen met een harde stem of mensen die erg aanwezig zijn. Als er toestanden zijn, wil ik het graag oplossen terwijl het helemaal niet mijn toestanden zijn.

In therapie

Na mijn oudste twee kinderen, kwam Benjamin. Hoewel hij zich er niet van bewust is, heeft hij me heel erg geholpen. Hij heeft autisme en ik liep daarin vast. Ik dacht, ik ga in therapie. Dus ik kom bij die therapeut en ik zei dat ik wilde praten omdat ik een kind met autisme heb. De therapeut keek me aan en zei “zullen we het eerst even over jou hebben?” We hebben het nooit meer over Benjamin gehad!

Waarom greep niemand in

Laatst vroeg ik aan m’n tante waarom zij vroeger nooit heeft ingegrepen. Waarom heb je niks gedaan? Want als kind accepteer je een situatie zoals hij is. Mijn tante had er geen antwoord op. Misschien waren gezinnen vroeger meer op zichzelf. Mijn moeder was in die tijd ook niet echt gemakkelijk. Zij had in moeten grijpen en ons moeten beschermen. Ze heeft het daar wel moeilijk mee. Gelukkig kunnen we wel met elkaar praten. Ik kan alles tegen haar zeggen. Ik zie dat ze onder mijn verwijten lijdt. Maar ik vraag me nog steeds af waarom ze is gebleven bij een man die zulke vreselijke dingen met je doet. Ik vind het naar dat ze eronder lijdt. Ik gun haar een leuke goede oude dag.

De rol van de leraar

Ik deed vroeger heel goed mijn best op school. Ik was altijd aan het tekenen. Daarom wilde ik naar de kunstacademie. Ik vond het leuk om verhaaltjes te verzinnen. Verder was ik heel onopvallend. Ik haalde de hoogste cijfers maar toch hoopte ik wel dat ik gezien werd. De rol van de leraar is erg belangrijk. Nadat mijn leraar bij mij op huisbezoek was geweest,  gaf hij mij een knipoog. “Je vader zei dat ik je maar moest slaan.” Die knipoog was een verbond tussen hem en mij, daarmee ziet hij als het ware wat eraan de hand is. Ik dacht “hij weet hoe het zit en toch vindt hij me nog steeds aardig.”

Mijn zusje is belangrijk

Herinneringen. Weet je dat mijn vader mijn zusje en mij een keer heeft ontvoerd! Ik was 10, mijn zusje 2 jaar. Hij zei tegen mijn moeder “ik ga ze verzuipen”. We gingen naar Brabant. De politie kwam: “Ben jij Alice Bongers? Ja? Nou, kom maar mee.” Als je er nu over nadenkt... bizar! Mijn zusje is een belangrijke bondgenoot. Ook al schelen we 8 jaar, we hebben een sterke band. Ik merk aan haar dat ze met me te doen heeft. Ze gunt me de wereld. Ik weet nog dat mijn moeder zwanger was van haar. Ik dacht: “Goddank! Er komt een ander kind die het lijdend voorwerp kan zijn!” In haar puberteit was zij veel bij mijn man en mij in huis. Ik was haar tweede moeder.

Verwantschap

Gek hè, ik voel me meer verwant met mijn vader dan met mijn moeder. Qua karakter. Vooral na het overlijden van mijn vader voelde ik meer binding. Maar drank en agressie maakten alles kapot. Mijn vader deed ook leuke dingen, hoor. Wie kreeg de eerste Barbie? Of zo’n leuke speelgoedwasmachine? Ik! Of grietjesdag! Dan mocht ik cadeautjes uitkiezen. Met Kerst was er haas uit de oven. Maar opeens ging het weer mis. Het ging eigenlijk altijd mis, alle leuke dingen liepen verkeerd af. Ik kwam thuis en kreeg twee konijntjes. Maar dan had ik het hok niet goed schoongemaakt en toen moest ik met mijn blote handen in dat vieze hok. Lag er één korreltje konijnenvoer op tafel of was ik vergeten groen te halen voor de konijnen… een lel kon ik krijgen. Ach, hij was ook een beschadigde man.

Uniek persoon

Ik voelde me vroeger alleen in mijn belevenissen. Op zondagochtend was ik meteen de straat op. Ik word er verdrietig van als ik het vertel. Gezinnetjes die gezellig ontbijten of samen naar de kerk gaan. Ik was alleen buiten, wachtend tot vriendinnetjes buiten kwamen spelen. Toen begon mijn dag. Ik voelde me niet eenzaam, dat is zo’n negatief woord. Een eenling was ik. Maar daar voelde ik me veilig bij.

Niet opgeven!

Van jongs af aan wist ik dat ik het zelf moest doen. Mijn moeder kwam nooit op school, het ging allemaal goed. Ik spijbelde veel, extreem veel. De conrector kwam in de klas en pikte de spijbelaars er één voor één uit.. jij.. jij…jij.. meekomen. Maar hij pikte mij er nooit uit. Ze wisten wat er thuis speelde en zolang mijn cijfers goed waren, lieten ze het zo. Dat is zo fantastisch. Dat beetje extra aandacht. Door deze ervaringen heb ik ontzettend leren doorzetten. Je zou kunnen zeggen dat dat het positieve is van die ervaringen uit mijn jeugd. Niet opgeven! Als het niet rechtsom gaat, dan linksom. Soms vind ik het wel lastig. Als iemand een burn-out heeft denk ik: “waar gaat het eigenlijk over. Ik voel me ook wel eens rot.” Maar toch heb ik geleerd hier ook aandacht aan te besteden.

Er is altijd een uitweg

Ik had beter voor mezelf moeten opkomen. De strategie om niet op te vallen heb ik meegenomen naar mijn jong-volwassenheid. Maar ik had eerder en meer mijn eigen belang voorop moeten stellen. Ik vind het fijn dat ik de mooie dingen opzoek in mijn leven. Kunst, naar musea gaan. De meeste kunstenaars hebben een ingewikkeld leven. Maar door mijn ervaringen leer ik achter de dingen te kijken. Dat is fijn. Ik ben altijd op zoek naar de ervaringen achter de mens. Wat is de zin van het leven. Ik laat niet snel mijn kop hangen. Een kind met autisme? Dat hij dat heeft, zal hem een zorg zijn. Maar wat doet het met mij? De ervaringen van vroeger hebben me een positief mens gemaakt. Ik weet altijd wel een uitweg of uitkomst.

De zin van het leven

Van mijn vader moest ik naar een Christelijke school. Mijn moeder gaf les op een openbare. Elke dag lag ik te bidden in bed. Ik ging naar de zondagsschool en was een tijdje lid van het EO kinderkoor. Dat gaf me houvast. Totdat ik een jaar of 13 was. Toen dacht ik: “er moet iets anders zijn.” Nu ik ouder ben lees ik veel over de zin van het leven. De ontwikkeling van Benjamin zou je een soort geloof kunnen noemen. Er was een aanpak die voor hem goed werkte. Daar ben ik helemaal ingedoken. De kracht die ik toen voelde. Ik ben naar Amerika geweest. Later heb ik die aanpak naar Nederland gebracht. Er is een stichting uit voortgekomen. Ik dacht, ik ga zorgen dat het in orde komt met Benjamin. Magisch denken. Er volgde een thuisprogramma met vrijwilligers. Ik maakte een mooiere wereld. Het zou in ieder geval niet aan mij liggen als het met Benjamin niet goed zou gaan. Ik was ook altijd bezig om Benjamin wat te leren. Hij is nu 22. Maar in zijn ontwikkeling vaak nog een kind. Hij geniet van Nijntje.

Het compromis

Het grote voordeel van hoe ik ben opgevoed is dat ik heel erg met rust gelaten ben. Ik heb alles alleen moeten doen en zo leer je je eigen waarheid vinden in je leven. Als je opgevoed bent in een gezin als Moslim of streng gereformeerd dan worden de tentakels van de opvattingen van je ouders in je geplant. Dat heb ik niet. Ik ben niet verwend. Dat kan ook een last zijn! Mijn moeder wilde absoluut niet dat ik naar de kunstacademie ging. Ik moest verpleegster worden, dan kon ik gelijk geld verdienen. Rietveld? Geen sprake van! De tekenleraar zei dat ik het kon dus het werd een compromis: de lerarenopleiding. Prima, ik houd van lesgeven van het overdragen en delen van kennis.

De kracht van de omgeving

Leerkrachten weten wel wat er speelt in een kind. Ik zou niet meteen zware gesprekken voeren als leerkracht, dat kan ook bedreigend zijn. Het is belangrijk dat de leerkracht het kind ziet. Geef het een knipoog. Of tune in waar het kind mee bezig is. Misschien zit het op een sport of leest het graag of wat dan ook. Leg op die manier de verbinding. Het kind moet voelen dat het wordt gezien. Voor opa’s en oma’s en andere betrokkenen geldt: grijp in!

De meeste kinderen zullen iemand uit de familie al dan niet openlijk vragen de ouders ter verantwoording te roepen. Kijk, fysieke ruzie zoals slaan en schreeuwen, dat is er toch al in zo’n gezin. Het kind zal het waarderen dat er door de buitenwereld wordt meegekeken. Het kind moet voelen dat de wereld groter is dan wat er achter de voordeur gebeurt.

Ik ben trots op jullie

Het lijkt door dit verhaal dat ik, nu ik ouder ben, meer de donkere kant zie van mijn jeugd. Hoe dan ook, het heeft me gevormd, het heeft invloed gehad. Ik merk het aan de keuzes die ik maak en nog zal maken. Ik word milder voor mezelf. Ik denk vaker “het kan ook anders.” Ik heb zin om meer met mijn familie op te trekken. Ik heb nooit lang gebroken maar ik heb er ook nooit veel energie in gestoken. Ik was er nooit zo happig op maar ik heb zin om dat te gaan ontdekken.

Het gaat nu goed tussen mij en mijn moeder. Ze zegt nu wel “ik ben trots op jullie hoor.”