Dit is... Richard

Leeftijd: 15

Hobby’s: gitaar en eigen drive-in

Favoriete muziek: trance, nederlandstalig

Favoriete sport: fitness

School: MAVO

Favoriete film: The Green Mile

Je mag drie wensen doen welke zijn dat?:

  1. Grote drive-in
  2. Ma kappen met drinken
  3. Geluk later

Wil ooit nog...: eigen discotheek beginnen

Met wie zou je wel eens een dag willen ruilen?: Al Pacino

Levensmotto: Blijf jezelf

Wat wil je van andere kinderen van verslaafde ouders  weten die ouder zijn dan jij: Hoe ga je er nu mee om?

Richard in het kort

Richard heeft een broer (18 jaar) en een zusje (14 jaar). Zijn zusje Jacqueline staat ook met haar verhaal in dit boek. De ouders van Richard zijn sinds enkele jaren gescheiden. De moeder van Richard is verslaafd aan alcohol. Richard vindt het fijn dat hij wat meer afstand kan nemen van de problemen van zijn moeder nu ze niet meer bij elkaar wonen.

Mijn eigen druggebruik

Op mijn school is het druggebruik wel redelijk hoog denk ik. We hebben twee voorlichtingen over alcohol gehad. De eerste heb ik gemist. Tijdens die les leer ik niets nieuws. Op zich zijn de lessen wel goed gegeven. In het eerste jaar en het tweede jaar heb ik een spreekbeurt gehouden over genotmiddelen. Ik vind het wel belangrijk om daar informatie over te geven. Daarbij zeg ik niet dat mijn ma drinkt.

Maar die jongens bij mij op school interesseert een voorlichting niks. Dan scheppen ze op over wat ze gisteren allemaal geslikt hebben tot hun kaken stijf op elkaar zaten. En dan hebben ze wat ruiten ingeslagen. Dan denk ik: is dat nu leuk? Ze weten niet waar ze over praten. Een hoop van die jongens gebruiken drugs onder groepsdruk. Ze staan niet sterk in hun schoenen en laten zich meeslepen door een groepje blowers. Ik vind dat wel zielig en stom. Een andere jongen op school denkt door het gebruik van drugs dat hij Jezus is. Hij is helemaal in de war. Maar hij slikt nog steeds paddo’s, waar je juist die hallucinaties van krijgt.

Het zou wel mooi zijn als docenten groepsdruk bespreken. Maar ik denk dat het buiten school dan nog net zo hard zou gaan met het gebruik. Bij wijze van spreken zouden ze aan de overkant van de school staan blowen.

In de stad waar ik woon kom je vrij makkelijk aan drugs. Met een schoolvriend heb ik een keer wiet gerookt. Gewoon om te experimenteren. Alles begon te tintelen. Het beviel helemaal niet. Harddrugs zou ik nooit gebruiken dat gaat voor mij echt te ver. Als iemand het mij zou aanbieden zou ik hem een grote schop onder de kont geven. Of misschien de politie bellen.

Ik drink wel alcohol maar ik drink alleen op feestjes en in het weekend. Als ik licht word in mijn hoofd dan stop ik. We gaan op vrijdagmiddag wel eens naar een kroeg maar ik kan ook lol hebben met mijn vrienden zonder alcohol erbij. Ik draai muziek op feestjes en partijen samen met een vriend. Ik ben heel trots op onze eigen drive-in. De ouders van mijn vriend hebben een busje en daarin vervoeren we onze muziekspullen.

Mijn vader, broer en zus en alcohol

Mijn vader drinkt ook wel alcohol maar net als ik gewoon voor de gezelligheid. Niet omdat hij te veel piekert of omdat hij zich slecht voelt. Mijn vader is vrijgezel en gaat soms op donderdag-, vrijdag- en/of zaterdagavond uit. Het is wel eens voor gekomen dat hij te veel alcohol op had maar dat is echt een uitzondering. Mijn vader en ik komen dan wel eens ’s nachts thuis van het uitgaan en dan zeggen we tegen elkaar of we een glaasje te veel op hebben. Dan is het nee of ja en dan gaan we naar bed. Er is dan niks geen agressiviteit of gewaggel of zo dus dat is oké. Mijn zusje Jacqueline van 14 drinkt volgens mij heel af en toe een glaasje alcohol.

Mijn broer drinkt ook wel eens alcohol. Hij heeft wel eens op Terschelling een week vakantie gehouden met zijn vrienden. Ze drinken dan in de ochtend al bier om hun kater weg te drinken. Ze drinken dus eigenlijk de hele dag door. Als ontbijt een biertje met een zakkie chips. En alleen maar vette hamburgers als avondeten. Ik moet er niet aan denken. Aan de ene kant moet ik daar wel om lachen. Maar ik vind het wel te.

Mijn moeder en alcohol

Ik gebruik alcohol niet als vluchtmiddel. Dat doet mijn moeder wel. Mijn moeder maakt zich om de kleinste dingetjes druk en dan gaat ze drinken. Er is al een reden om te drinken als ik een afspraak met haar afzeg. Als mijn moeder niet drinkt is ze gewoon zichzelf. Ze is leuk, spontaan en heel erg naar mensen gericht. Met alcohol op zie ik haar niet meer als mijn moeder. Het is dan een klotewicht. Ze komt agressief uit de hoek.

Het is beter om je niet te veel te laten meeslepen in andermans problemen. Als ik me de hele tijd druk maak om het vele drinken van mijn moeder dan word ik daar niet beter van. En mijn moeder ook niet. Ze moet toch zelf van de alcohol af willen.

Het drankprobleem van mijn moeder is volgens mij allemaal begonnen met de vriendschap met een echtpaar die een behandelcentrum hebben. Ze is daar één keer in behandeling gegaan (niet in verband met drank maar voor persoonlijke problemen). Er kwamen toen meningsverschillen tussen dat echtpaar en mijn ouders. Mijn moeder is toen vaker en meer gaan drinken. Uiteindelijk ligt het natuurlijk aan mijn moeder zelf dat ze zoveel is gaan drinken. Daarnaast heeft mijn moeder nog ‘borderline’. Dat wil zeggen dat ze heel overdreven kan reageren en dat ze weinig zelfvertrouwen heeft. Vanaf dat ik acht jaar ben is mijn moeder meer gaan drinken. Achteraf bleek dat ze elke zondag wat op had. Ze zat dan altijd op een stoel te slapen en dan denk je ‘wat is dit?’. Ik stootte haar dan aan en vroeg of ze ziek was maar ze werd niet wakker. Dan denk je, laat haar maar mooi doorslapen. Er lag nooit een fles drank naast haar. Soms lag ze op de grond te slapen. Als kind weet je niet wat dat betekent.

Dat ik echt wist dat mijn moeder niet zonder alcohol kan was veel later. Mijn broer (toen 14 jaar) vond alcoholflessen in het hele huis. Verstopt op kleine plekjes. Hij vertelde dit aan mijn vader en aan mij en mijn zusje. Maar ik en mijn zusje wisten toen nog niet wat een alcoholprobleem was. Wij namen het toen nog op voor mijn moeder als mijn broer boos op haar was. Pas een jaar later, toen was ik 11, schreeuwde mijn broer het hele huis bij elkaar dat mijn moeder niet zonder alcohol kon. Hij schreeuwde dat naar mijn moeder en toen wisten wij het dus echt. Telkens als mijn broer er achter kwam dat mijn moeder gedronken had, werd hij heel agressief en schoot hij uit zijn slof.

Hoe mijn vader hierop reageerde weet ik niet. In de avonden moet hij werken en soms was hij een hele week weg voor zijn werk. Mijn vader kreeg eigenlijk niks mee van die ruzies die we toen met mijn moeder hadden. Mijn vader wilde er wel met ons over praten. Hij kwam er zelf mee en vroeg dan hoe het met me ging en wat ik ervan vond en hoe ik me voelde. Dat soort dingen vraagt hij me nu nog steeds.

Een jaar geleden is mijn moeder ontslagen op haar werk. Ze hebben bijgehouden wanneer ze daar alcohol dronk. Mijn moeder moest dan huilen op het werk en ik denk ook wel dat ze daar in slaap viel. Ik denk dat drinken tijdens haar werk iets van de laatste tijd was. 

Het rijbewijs van mijn moeder is twee jaar geleden ingetrokken toen ze met 20 km per uur de sloot in reed. Het was een mislukte zelfmoordpoging. Ze dreigt ook wel eens dat ze zich dood gaat zuipen. Op een keer heeft ze zichzelf opgesloten met veel flessen drank. Maar er was nog een deur in dat kamertje en toen heb ik de flessen weggepakt toen ze sliep.

Scheiding

Sinds een jaar woont mijn moeder niet meer bij ons. Mijn ouders zijn gescheiden, mijn vader kon het niet meer volhouden. We hebben haar zoveel kansen gegeven. Je zit er wel altijd mee en ze stopt maar niet. Nu ze niet meer bij ons woont is het een stuk rustiger geworden. Mijn broer is ook rustiger. We hebben allemaal meer afstand van haar genomen. Ik ben trots op mezelf dat ik zo veranderd ben. Ik ben er toch wel makkelijker in geworden en ben meer zelfstandig. Volgens mij gaat het met haar hetzelfde. Nee, misschien gaat het op zich ook wel een beetje beter. Er zijn tijden dat ze helemaal niet meer drinkt. Dan komt ze langs en dan is het hartstikke gezellig. Maar er zijn ook tijden dat ze wel weer drinkt. De laatste paar weken gaat het weer minder.

Omgaan met mijn moeder

Als ze dronken is dan komt ze aan de deur maar dan willen wij haar weg hebben. Ze komt er niet in als ze dronken is. Dan wordt het weer een heel drama en gaat ze zielig en jammerend praten. Ze zegt dan ‘ik heb niet gedronken’ of ‘mijn kinderen komen niet meer’. Ik heb er een hekel aan als ze zo jammerend gaat praten. Het is dan best moeilijk om haar zover te krijgen dat ze naar huis gaat. Ik zeg dan altijd ‘je bent niet echt meer helder’ en dan wil ik dat ze weg gaat. Soms wordt ze dan agressief en begint heel wild op de ramen te kloppen. Ze is dan agressief naar iedereen behalve naar mijn zusje. Mijn oudere broer pakt mijn moeder soms zo op en zet haar buiten de deur. Je kan je voorstellen dat dat niet zo makkelijk gaat en dat ze elkaar dan slaan. Mijn zusje neemt het als enige nog wel eens voor mijn moeder op. Ze zegt dan dat mijn broer niet zomaar mijn moeder kan slaan. Maar dat wordt wel steeds minder, dat vind ik wel goed van mijn zusje.

Soms zit mijn zusje met mijn moeder alleen thuis. Mijn zusje vindt het moeilijker om haar weg te krijgen. Zij belt dan mij op als ik bij mijn vrienden zit. Met ons tweeën lukt het dan beter. Maar laatst niet. Mijn vader was op vakantie en we waren een week alleen thuis. Mijn moeder kwam weer thuis met een dronken kop. Toen heb ik mijn broer gebeld. Die kreeg haar ook niet weg. Toen hebben we de politie gebeld. Ze is naar huis gegaan en we hebben afgesproken dat als dit nog een keer gebeurd (onder invloed langskomen) dan neemt de politie haar mee. De volgende dag was weer hetzelfde gezeur. We hebben weer de politie gebeld. Er waren andere agenten en die wisten niks van die afspraak. Dezelfde afspraak is opnieuw met hen gemaakt en toen kwam mijn moeder voor iets langere tijd niet meer aan de deur. In die tijd heb ik gesprekken gehad met een hulpverlener van de verslavingszorg. We hebben het nu zo geregeld dat als mijn vader weg is op vakantie dan ligt daar een briefje van bij de politie.

Ik heb nooit gedacht dat ik er iets aan kon doen of dat het door mij kwam. We hebben dat thuis allemaal nooit gedacht. Ik ben wel eens jaloers geweest op vrienden die dit soort dingen niet meemaakten. Ik had het graag anders gezien de laatste zeven jaar.

Het enige dat ik zeg tegen haar is ‘Kap er toch eens mee, kijk nou toch wat je allemaal kapot maakt’. En een andere keer zeg ik tegen haar dat ze in therapie moet gaan. Natuurlijk probeer je wel leuke dingen te doen met zijn allen. Dat wou mijn moeder ook heel graag. Je weet nooit of het helpt om haar er vanaf te laten komen. Ik verheugde me daar dan op. Maar die leuke dingen gingen vaak niet door. Op het laatste moment had ze weer gedronken.

Als ze nou een beetje drinkt of heel veel dat maakt me niet uit. Ze kan absoluut niet tegen drank, ze wordt er anders van hoeveel het ook is. Als ze het had gewild dan denk ik dat ze er ook wel vanaf was gekomen. Ze is vier keer opgenomen geweest in een kliniek. Hulp heeft ze wel gehad, ook van ons. Op een gegeven moment denk je ‘laat maar’. Er gaat wel heel veel energie naar toe. Ik moet mijn moeder toch accepteren hoe ze is. Zielig doen helpt toch ook niet?

Praten, praten en praten

Mijn vader is laatst naar een waarzegger gegaan. Die kan via foto’s zien wat voor iemand je bent. Zij keek naar de drie foto’s van mijn broer, mijn zusje en mij. Zij zei dat ik uit moest kijken met drank omdat ik een gevoelig persoon ben. Ik ben ook een gevoelig persoon maar ik denk niet dat ik problemen krijg met alcohol. Ik weet wat de gevolgen zijn. Omdat ik een moeder heb die verslaafd is pas ik er meer voor op dan anderen denk ik. Ik weet wat je er allemaal mee kan aanrichten. Als ik me slecht voel dan ga ik praten, praten en praten. Of dat nu met een kameraad is, met een vriendin of mijn vader dat maakt niet uit. Het moet er dan gewoon uit. Dat helpt het beste.

De toekomst

Als ik straks de middelbare school af heb dan ga ik naar de MTS. Uiteindelijk wil ik licht- en geluidstechnicus worden. Misschien werk ik over tien jaar in een studio of heb ik mijn eigen danscafé. Of ik reis veel door Nederland. Ik ga dan met mensen mee als licht- en geluidstechnicus.

Ik denk dat mijn moeders toestand nog kwakkelend blijft. Een beetje hetzelfde, afwisselend. Als het zo door blijft gaan dan zal ik mijn moeder minder gaan zien denk ik. Ik heb door deze situatie veel geleerd en ik denk dat ik er wel een positieve draai aan kan geven in de toekomst.

Dit verhaal komt uit de volgende publicatie:

Engelbertink, M.M.J., den Ouden F.J. & Engelbertink I.M.C. (2004). Het blijven toch je ouders, ervaringsverhalen van kinderen van verslaafde ouders. Amsterdam: Pearson Assessment and Information.