Het verhaal van Richard (25 jaar)

Gezinssituatie: Vader Pim, moeder Wilma, oudere broer Bart, zusje Jacqueline. Tien jaar geleden dronk zijn moeder Wilma teveel alcohol. De ouders van Richard zijn gescheiden. Het verhaal van zijn moeder Wilma en zijn zusje Jacqueline is opgenomen in deze publicatie (klik hier voor het verhaal van zijn moeder, klik hier voor het verhaal van zijn zusje).

Over Richard

Levensmotto: blijf jezelf

Beroep: kok

Hobby’s: dineren met vrienden, uitgaan

Zo omschrijf ik mezelf: eerlijk, rustig en spontaan

Tien jaar geleden eindigde het interview met Richard met de vraag hoe hij zichzelf over 10 jaar zag.

Dit is wat hij zei:

“Als ik straks de middelbare school af heb dan ga ik naar de MTS. Uiteindelijk wil ik licht- en geluidtechnicus worden. Misschien werk ik over tien jaar in een studio of heb ik mijn eigen danscafé. Of ik reis veel door Nederland. Ik ga dan met mensen mee als licht- en geluidstechnicus. Ik denk dat mijn moeders toestand nog kwakkelend blijft. Een beetje hetzelfde, afwisselend. Als het zo door blijft gaan dan zal ik mijn moeder minder gaan zien, denk ik. Ik heb door deze situatie veel geleerd en ik denk dat ik er wel een positieve draai aan kan geven in de toekomst”.

Hoe gaat het met...

Met mij gaat het goed. Ik woon nu op mezelf en heb een appartement samen met mijn huisgenoot. Alleen mijn zusje Jacqueline woont nog bij mijn vader in huis. Mijn vader gaat binnenkort met de VUT, dus hij is nu druk aan het zoeken naar andere dingen om te doen. Misschien kan hij mij helpen in het cateringbedrijf, dat ik samen met mijn broer Bart run. Dan wordt het nog meer een familiebedrijf. Met mijn moeder gaat het nu prima. Voor zover wij weten drinkt ze niet meer. Sinds een aantal jaren heeft ze een nieuwe vriend.  Ze heeft zich verbonden aan het Pinkstergeloof. En nu ben ik daar helemaal niet zo van, maar ik vind het wel prima hoe het nu gaat. Dus, het gaat eigenlijk wel goed de afgelopen tijd. Het is weer leuk als ze langskomt. En dat is eerder nooit geweest.

“Het blijven toch je ouders”

Ik heb best veel aan het boek gehad. Voornamelijk bij mensen die ik net leerde kennen. En waar ik mijn verhaal kwijt wilde. Dan gaf ik aan hen het boek mee. Wat dat betreft is het een prima boek. En mijn situatie staat er ook duidelijk in beschreven. Ik had niet zo’n zin om telkens alle verhalen weer te gaan vertellen. Ik had het wel een keer gehad. En dan zei ik: ‘ja, lees maar’. Ik kreeg er wel verschillende reacties op, omdat het wel een heftig verhaal was.

Mijn moeder vond mijn medewerking aan het boek in eerste instantie helemaal niks. Die had er niet zoveel mee. Mijn vader vond het prima. Mijn moeder dacht natuurlijk : “o, nou komt het allemaal aan het licht” en weet ik veel wat allemaal. En later vond ze het ook wel goed, uiteindelijk. En nu is ze over mijn medewerking aan dit boek dolenthousiast.  Toen zaten we er ook nog midden in. En zij heeft net als ik nu het idee dat het afgesloten is. Dus we staan er nu wel wat anders in als tien jaar terug. We gaan in ons gezin uit van: “je moet je ervaringen delen als je er iemand mee kan helpen.”

Richard, tien jaar geleden

Ondanks dat mijn moeder dronk kreeg ik tien jaar geleden de ruimte om nieuwe ervaringen op te doen. Als vijftienjarige vond ik mezelf heel wat, denk ik.  Ik geloof dat ik een heel ‘bleu’ jochie was. Ik was wel voorzichtig, maar ook wel weer spontaan.  Spontaan ben ik altijd al wel geweest. Ik geloof wel dat ik toen wat impulsiever was dan nu. Nu denk ik eerst even een paar tellen na voordat ik iets doe. Overal gedroeg ik me wel redelijk hetzelfde, op school of als ik ging sporten of als ik bij verschillende mensen was. Hoewel mijn moeder dronk, heb ik wel de kans gehad om dingen uit te proberen, om me verder te kunnen ontwikkelen. Het was wel zo dat als ik mijn moeder bezocht, ik dan liever geen mensen meenam. Maar het heeft me verder niet belemmerd. Het was niet zo dat er dusdanig veel gebeurde dat ik alle dagen thuis moest zitten.  Natuurlijk heb ik wel mijn zorgmomenten om haar gehad. Maar ik heb alles gedaan wat ik wilde doen. Mijn vader werkte niet zoveel, dus hij heeft eigenlijk het drankgebruik van mijn moeder opgevangen. Ik zag mezelf vroeger wel als een uniek persoon, maar iedereen is uniek toch? Mijn vrienden en mijn familie gaven me wel het gevoel uniek te zijn.

Grenzen aangeven

Er was wel een periode dat ik erg moe werd van de problematiek van mijn moeder. Haar gedrag vergde gewoon veel energie. En het werd in die tijd in ons gezin wel besproken wat het met mij deed. Op een gegeven moment heb ik dus wel mijn grenzen aangegeven, niet vanwege het lichamelijke deel, maar omdat ik er gewoon zat van was. Elke keer dat gezeik. Ik heb hierin wel steun gehad van mijn vader, broer en zusje. Mijn vrienden hoorden mijn verhaal wel aan, maar zij staan er toch anders tegenover, omdat zij in een andere situatie zaten als ik.

Het contact met mijn moeder toen ze nog dronk

Nadat ik tien jaar geleden geïnterviewd werd voor het boek ‘Het blijven toch je ouders’ is er een periode gekomen van ongeveer drie jaar waarin ik minder contact onderhield met mijn moeder. Ik ging nog wel eens naar haar toe, bijvoorbeeld met verjaardagen. Maar zo’n grote club bij elkaar kon ze niet aan en daardoor ging het contact over in telefonisch contact. Bellen deed ze altijd nog wel. Ik hoorde dan gelijk of ze wel of niet gedronken had. Het waren geen vrolijke gesprekken meer. Uiteindelijk nam ik toch keer op keer de telefoon op. Ik werd zo vaak teleurgesteld en dan denk je dat je het contact kan stoppen, maar dan duurt het toch nog weer langer dan dat je had voorgenomen. Ik werd er doodmoe van. Rond mijn achttiende jaar werd ik zo boos door een van haar telefoontjes dat ik al het contact heb afgekapt om mezelf te beschermen. Het was qua drankgebruik een redelijk slechte periode voor haar. Maar uiteindelijk had ik zoiets van: “Dit gebeurt in haar huis, ze stikt er maar in. Die ellende hoef ik niet meer”. Ik had het dusdanig afgesloten dat ik daar ook niet meer heen ging. Mijn zusje Jacqueline stond er anders in. Zij heeft volgens mij altijd het contact behouden. Mijn opa en oma hebben ook altijd contact met mijn moeder gehouden. Zij belden haar elke dag om te kijken hoe het met haar ging. Als ze niet met mijn moeder konden bellen, omdat mijn moeder niet opnam, dan wisten mijn opa en oma dat er wat mis was. En via mijn opa en oma kreeg ik weer te horen hoe het met mijn moeder ging.

Stoppen met alcohol

De laatste twee jaar is het contact met mijn moeder weer terug. Er is geen reden te denken dat ze nog drinkt, maar het vertrouwen daarin is in de periode daarvoor zo beschadigd dat ik ook niet ga denken of zeggen dat ze helemaal gestopt is. Ik ben ervan overtuigd dat sociaal drinken voor mijn moeder er niet in zit. Dat lukt mij ook niet met roken waar ik twee jaar terug mee gestopt ben. Laatst had ik in mijn appartement een housewarming gegeven en zij kwam de dag erna. Toen stond er nog overal drank. Ze vond het wel heel confronterend om al die drankflessen te zien die er lagen. Maar nu kan ze er wel mee leven. Het is immers overal te verkrijgen.

Loyaal aan mijn moeder

Ik heb de afgelopen tien jaar niet het gevoel gehad dat ik loyaal moest zijn aan mijn moeder. Ik denk dat mijn loyaliteit naar haar is afgenomen vanaf het moment dat ik een jaar of 14 was. Ik denk dat het een beetje zo gegroeid is. In het boek “Het blijven toch je ouders” zeg ik ook dat als de situatie zo doorgaat, ik waarschijnlijk in de toekomst geen contact meer met haar zal hebben. Dat is uiteindelijk ook gebeurd voor een lange tijd. Mijn loyaliteit is heel geleidelijk weer aan het herstellen nu ik weer contact met haar heb. Ik denk dat mijn loyaliteit nooit helemaal weg was. Je zult het altijd wel behouden. Ze zegt tegenwoordig bijvoorbeeld dat ze het zo leuk vindt dat ik mijn eigen cateringbedrijf heb, samen met mijn broer. Ik merk bij mezelf dat zo’n opmerking me weer wat doet en wellicht groeit mijn verbondenheid met haar als het zo goed blijft gaan met mijn moeder.

Ik denk dat mijn loyaliteitsgevoel naar mijn vader sterker is door wat we hebben meegemaakt in het verleden. Hij wil bijvoorbeeld dat zijn kinderen een fatsoenlijk leven hebben en dat hebben we allemaal. Ik weet wel dat hij het wat minder vond toen ik stopte met mijn hbo opleiding, maar dat vond ik zelf ook. In het tweede jaar zat ik te twijfelen, en toen heb ik met hem gesproken. Misschien ben ik toen dankzij hem nog 2 jaar doorgegaan met de opleiding. Wellicht is dat een bepaalde vorm van loyaliteit. Mogelijk ben ik loyaler aan mijn vader, wat het resultaat is van wat er is gebeurd.  

Mijn broer en zus en hun loyaliteit

Tien jaar geleden was het mijn broer die mijn moeder het huis uitzette, want hij werd het felst. Daar was mijn moeder dan het meest bang voor op zo'n moment. Mijn broer heeft het meest bewust alles meegemaakt wat er in huis gebeurde en heeft zich wellicht verantwoordelijk gevoeld voor mij en mijn zusje. Mijn zusje Jacqueline had er altijd moeite mee om het contact met mijn moeder helemaal stop te zetten. Ze vond het ook moeilijk dat onze moeder niet meer bij onze vader mocht thuiskomen. Mijn broer, vader en ik hadden het allemaal wat meer afgesloten, maar Jacqueline vond dat lastiger. Dat kan in haar persoon zitten of dat ze een vrouw is of het jongste kind is, ik weet het niet.

Wat ik geleerd heb

Vanwege het alcoholgebruik van mijn moeder denk ik dat ik veel heb geleerd. Ik ben zelfstandiger geworden. Mijn brood was ‘s ochtends nooit gesmeerd en het eten nog niet altijd gekookt. En dat vond ik prima. Het was altijd een redelijk zelfstandig gebeuren. Ik sta nu ook wel anders in het leven. Ter bescherming van mezelf kan ik dingen beter afsluiten. Dat heeft me de laatste jaren wel geholpen. Het zijn ook de kleinere dingen, waar iemand anders heel veel last van heeft en ik niet meer. Tegenwoordig ben ik ook niet meer de ‘praatpaal’ voor vrienden. Vroeger nam ik die rol wel op mij. Dan had ik de neiging om mensen te helpen. Dat doe ik natuurlijk nog wel, maar het is niet zo dat iedereen nu met zijn verhaal bij mij komt aankloppen. En doordat ik mijn grenzen beter aangeef zorg ik beter voor mezelf. Het vormen van deze grenzen was een proces, dat met de uitkomst van het boek “Het blijven toch je ouders” is begonnen.Ik denk dat ik door mijn levensverhaal sterker ben geworden. Verder denk ik dat mijn nuchtere kijk me ook geholpen heeft. Ik ga niet altijd mee in de emotie. Als zich een probleem voordoet, dan kan ik daar heel emotieloos tegenover staan. Voor mezelf vind ik het niet echt negatief, maar voor anderen is mijn houding soms wel vervelend. Ik denk niet dat wat ik heb meegemaakt me slechter heeft gemaakt, tenminste daar heb ik niets van gemerkt. Het zou raar zijn als ik zeg dat ik blij ben dat ik dit heb meegemaakt. Dat is onzin. Wat dat betreft ben ik wel blij dat we er allemaal zo goed uit zijn gekomen. En de band met mijn vader, broer en zus is er ook alleen maar sterker door geworden. Uiteraard kan ik genoeg negatieve dingen verzinnen die het gedrag van mijn moeder met zich mee heeft gebracht maar over het algemeen is mijn leven prima. Ik heb het idee dat het me eerder positief heeft gevormd, dan negatief. Wat dat betreft ben ik niet van mening veranderd in vergelijking met wat ik tien jaar geleden heb verteld. Ik vind het ook lastig om me voor te stellen hoe het leven er ook had uit kunnen zien.

De rollen die we thuis op ons namen

Ik heb niet het gevoel dat ik doordat mijn moeder dronk, een bepaalde rol op me heb genomen. Ik heb ook nooit echt voor mijn moeder gezorgd. Tenminste zo zie ik dat niet. Mijn opa en oma hebben best veel in het huishouden voor ons gedaan. Mijn broer, zus en ik hebben wel samen de ouderrol op ons genomen. We waren allemaal zelfstandig. Mijn broer, zus en ik hebben wel veel overeenkomsten met elkaar. Het was niet zo dat er een iemand uitsprong en het hele huishouden ging doen. We hadden allemaal onze taken. We hebben alle drie een sterk rechtvaardigheidsgevoel. Wanneer we het gevoel hebben dat we in ons recht staan, dan komen we daar ook voor op. Geen van ons gaat problemen uit de weg. Daarnaast zijn we alle drie gangmakers. Maar niet met de bedoeling om problemen weg te lachen. Dus wij hebben ook niet de rol van een clown aangenomen in die tijd dat mijn moeder dronk. Maar als ik puur naar mezelf kijk, dan kan ik wel vrij emotieloos reageren, dus dan zou mijn gedrag kunnen passen bij de rol van ‘aanpasser’. Maar ik negeer zaken ook weer niet. Ik denk wel dat mijn vader de rol van de hulpverlener op zich nam. Hij regelde alles en zorgde voor het gezin. Van hem ‘meneer de psycholoog’ moesten we ook over onze gevoelens praten.

Openheid

We praatten in ons gezin veel over het drankgebruik van mijn moeder. Ook met vrienden praatten we erover. We praatten dan over wat er voorgevallen was. Uiteindelijk was het wel fijn om er over te praten. Het is altijd zo geweest, dat we van mijn vader over onze gevoelens moesten praten. Daardoor kon ik er ook makkelijker met mijn vrienden over praten. Ik praat nog steeds met dezelfde vrienden erover, waarmee ik dus al langere tijd bevriend ben. Het is wel makkelijker geworden om erover te praten. Maar iedereen weet het ook wel. Het helpt me om er over te praten.

Hulpverlening

Toen ik 15 was, heb ik meegedaan aan een doe- en praatgroep voor kinderen van verslaafde ouders. Voor die tijd heb ik samen met mijn broer met een hulpverleenster gepraat. Dat was ook iemand van de verslavingszorg. Ik denk dat ik aan die gesprekken meer heb gehad dan aan de doe-en praatgroep. Ik ging meer voor Jacqueline daar naartoe. Zij wilde er namelijk eerst niets van weten, maar wij thuis vonden dat wel een goed idee. En toen moest ik mee. Ik weet niet meer precies wat ik er allemaal van geleerd heb. Maar gewoon het praten erover, dat heeft wel geholpen. De doe-en praatgroep vond ik een goed initiatief. Ik heb dus niet zozeer tips aan de hulpverlening. Ik denk dat heel veel van de thuissituatie afhangt. Mijn vader heeft het achteraf gezien heel goed gedaan. De tip die ik daarom aan hulpverleners zou geven is om ervoor te zorgen dat het thuisfront met het kind erover blijft praten. Zodat het kind niet in zijn schulp kan kruipen en dingen kan opkroppen.

Daarnaast is het goed dat hulpverleners jongeren stimuleren om ervaringsverhalen te lezen bijvoorbeeld via het boek “Het blijven toch je ouders” of deze vervolgpublicatie. Niet elk verhaal zal natuurlijk aanspreken. Bepaalde situaties van anderen herken je wel en andere situaties herken je weer niet.

Over tien jaar

In de toekomst zal de band die ik met mijn vader heb wel hetzelfde blijven. Het zou mooi zijn als de band met mijn moeder ook hetzelfde blijft. Ik vind het leuk om met mijn moeder af te spreken. Ik hoop dat ik iets meer vertrouwen in mijn moeder krijg. Ik kijk namelijk niet zo graag in de toekomst met mijn moeder. Ik denk dat ik dat doe uit zelfbescherming, zodat ze ook niet aan mijn verwachtingen moet voldoen die ze misschien niet waar kan maken. En dat ik dan teleurgesteld wordt. Uiteindelijk komt het daar allemaal op neer.

Als ik naar mezelf kijk, zou ik wel een aantal bedrijven willen hebben in de toekomst, in de horeca, catering en/of evenementen wereld. Al is de evenementen wereld wel lastig op het moment, maar met een beetje geluk kan er een mooi event komen te staan. Ik weet niet of dat samen met mijn broer is.

En verder ben ik over tien jaar gelukkig getrouwd en heb ik kinderen. Maar dat weet ik nog niet zo zeker hoor. Hoewel over tien jaar.... dan mag het wel een keer. Dus ja, ik wil wel een eigen gezin. Alleen geen vrouw die verslaafd is.